bruidegom, Israël de bruid, Mozes de Mesadijr, de Tien Geboden de Resoebo, de Tabernakel de echtelijke woning. En de afspiegeling hiervan is iedere Joodsche bruiloft. Kan de gedachte nog subliemer worden opgevoerd? Kan de eed van heilige trouw, waardoor twee !menschenkinderen het eindige leven aan elkander smeden, nóg mooier gesymboliseerd worden, dan door de vergelijking met den eed van trouw, die eens God met Israël voor de oneindigheid aan elkander verbonden.
Daar is een prachtlied in de Psalmen, waar van den Bruidegom gezongen wordt! (Psalm 13). Dat lied weerklinkt in de Synagoge of in het huis waar de bruidegom in den vroegen morgen van zijn heiligen dag zijn gebed verricht. Die Bruidegom in dat lied is God, op den dag van zijn huwelijk met Israël, toen Hij Zijn allerliefste het allerkostbaarste bruidsgeschenk in de handen legde. Zijn Touroh. Daar treedt in hemelschen stralenglans de Bruidegom uit zijn bruidsvertrek (vers 6).
En als wij nu de verzen verder lezen (vanaf vers 8), dan is het tweede woord van telkens vijf woorden de naam van den Eeuwige:
De leer van — den Eeuwige — is volmaakt — verkwikt de ziel!
Het Getuigenis van — den Eeuwige — is trouw — het maakt wijs — den onwetende!
De Bevelen van — den Eeuwige — zijn oprecht — ze verheugen — het hart!
Het Gebod van — den Eeuwige — is helder — het verlicht — de oogen.
De Vrees voor — den Eeuwige — is rein — zij blijft — eeuwig!
De straffen van — den Eeuwige — zijn waarheid — zij zijn rechtvaardig — allen tezamen!
En als men deze vijf Hebreeuwsche woorden van dezen Psalm op de vijf vingers van de hand aftelt, is telkens dat tweede woord, die heiligste naam van God, de tweede vinger van de hand. Dat is dus Gods wijsvinger, waarvan de Touroh spreekt, die immers telkens ook van Gods hand weet te spreken!
Welnu dan, dan zal de bruidegom den heiligen bruidsring aan den wijsvinger van zijn bruid steken op den dag van zijn choepoh, als hij de allerheiligste gelofte uitspreekt van:
II