kind in de kiem van zijn ontwikkeling God-bewust. Welk een taak voor den meester! Hoe kon hij hier zijn Gods-kennis en Gods-liefde aan het kind ontplooien! En reken maar niet, dat er één stuk van Vajikro werd overgeslagen. Hier bij deze reinheidswetten geldt zeer zeker het beginsel: den reinen is alles rein! Het was immers geen lectuur, maar les. Al wat over den weg van het leeren gaat, mag geleerd worden. Dat hoeft niet uit bedenkelijkheids-overwegingen omgaan of voorbijgegaan te worden. De godvruchtige meester — en ik leg hier den tiendubbelen nadruk op godvruchtige — legt zijn kinderen de wet niet als een geheim voor. Gods wet is aan ieder gegeven, zonder verschil van leeftijd. En de meester van toen, die met de offerwetten begon, vertaalde en verklaarde de andere wetten in hun logische volgorde. Voor een kind moet een offerwet precies hetzelfde zijn als de wetten der lichaams- en huwelijksreinheid. Hier gold geen voorbehoud. En deze vroegrijping der kinderen heeft toen nog nooit één kind kwaad gedaan. Met stellige zekerheid mag men zelfs zeggen, dat juist door die methode op school de Joodsche maatschappij van toen zoo gaaf en gedegen in elkaar zat.
Welk een beschaming voor onze tegenwoordige Joodsche ontwikkeling!
Juist de vertaling van Vajikro gaat in het leerplan van de Joodsche school zoo goed als verdwijnen! Een paar luttele stukken zijn als een armzalig brokje klaagmuur overgebleven van het boek van Tempelen Offerwetten! En vandaag of morgen zullen deze laatste resten ook verdwijnen. Men weet zich geen raad meer met de geestelijke fourage van het kind. De eetlust is zoo goed als weg. Men durft het kind bijna niets meer voor te zetten. De Tourohvertaling begint in de vierde klasse. Dus met kinderen van tien jaar op z'n gunstigst! Waarmee in de vorige drie klassen het leerplan gevuld wordt, durf ik nauwelijks te zeggen. Daar wordt het kind drie jaar lang met de flesch grootgebracht. In hetzelfde tempo, waarin het kind op de maatschappelijke school overvoed wordt, neemt de ondervoeding op de Joodsche school toe. De Joodsche ontwikkeling wordt de dupe van de maatschappelijke. Aan gene zijde dwingt onverbiddelijk de leerplicht, aan deze zijde ligt het Joodsche onderwijs op de knieën voor ouders en kinderen! Ginds moet het kind zich aan ce s^ool
II