-28-
3. Bruno Daalberg
Uit Nog wat lectuur op het ontbijt en de theetafel van den heer Professor van Hemert; aangeboden door - . In Den Hage, bij Immerzeel, en Comp. 1807, pagina 106/126.
DE BESTE BRIL.
Mijn zalige oom had voor een apophtegma of zinspreuk aangenomen: "als gij uw bril opzetten wilt, veeg hem dan eerst ter dege af!" en ofschoon
dit voorschrift wel niet van de vindingrijkste of diep doorgedachtste
was, had de goede man 'er niettemin zoo veel meê op, als of hij het nosce te ipsum (ken u zelven) der ouden uitgevonden had: en in zoo verre als hij veel aan een vuile bril laboreerde, kan men niet zeggen dat mijn oom ongelijk had.
"Behalve dien," zei de schoolmeester van 't dorp, "het is niet het vegen qua vegen, dat de oude Heer hiermede bedoelt; maar wel het beter
zien door de glazen;" en voor deze schrandere opheldering, die in der daad menigen theologischen Commentator verre achter zich liet, vroeg hij niet meer als mijn goede oom voor zijne apophtegma - bewondering en eerbied.
"Nu dat kwam hen ook toe: want het is toch bewezen, dat zoo lang die Heeren geen grooter kwaad deden dan sottises te zeggen, zij ten minsten...." Geen bewondering noch eerbied verdienden voor 't verstandig gebruik hunner redelijke vermogens, dat zij in cas voorhanden toch niet grootelijks aan den dag legden: - Wilde UE. dat niet zeggen?
"Ja dat ho.ngt af van de wijze van zien."
"Dat vooral van iemand zijn bril afhangt," reflecteerde de Heer Magnus Levy die door deze judicieuse aanmerking mijn ooms fatsoen, dat daar zoo deerlijk in den hoek lag, om redenen, zijn Edele daartoe moverende, weer eenigzins uit de vuilnis oprapen wilde: "en," voegde hij 'er bij, "hoe zuiverer een glas is, en hoe zindelijker men het onderhoudt, hoe veel te meer kans 'er is, om de voorwerpen bestendig uit hetzelve gezichtpunt te beschouwen; iets, dat niet weinig toebrengt om 'er altoos hetzelve oordeel over te kunnen vellen, daar het toch bewezen is, dat men iets nooit beter beoordeelen kan, dan wanneer men 'er ten minsten iets van gezien, bespeurd of ondervonden heeft."
Zoo veel had niemand gedacht, dat 'er achter den Heer Magnus Levy zat: -en zoo gaat 't meer in de wereld! maar de Heer Magnus Levy is een man, die redelijk wel onderleid is in de Optica, de Catoptrica, en de Diop-trica: Gezigt, Spiegel- en ver-gezigtkunde, ofschoon hierbij op zich zelve genomen, zijn metaphysisch oordeel van zoo strakjes eigenlijk zoo wel te pas kwam, als een bril zelve bij een blind mensch. Maar ziet, vrienden! die wat weet, weet 'er gewoonlijk nog iets anders bij: zoo niet, dan denkt hij dat hij 'er nog iets anders bij weet, en dat komt dan meestal op 't zelve uit.
Mijn oom die, als 'er van brillen, en vooral van afgeveegde brillen, gesproken wierd, altoos te huis was, keek den geleerden Jood, die zoo belangeloos de partij der brillen op zich nam, met een dankbaren eerbied aan: en had hij zich niet op 't oogenblik herinnert dat hij Ouderling eener Christenkerk was, hij had Magnus Levy in zijne armen gepakt. Zóó was mijn oom vóór iemand, daar hij verstand en geleerdheid bij bemerkte! "Bij voorbeeld," zei de Heer Magnus Levy, zijne ontzaggelijke leêren portefeuille uit den zak halende en alle zijne dozijnen brillen, waar hem