Het Joodsche lied, 2de boek

Titel
Het Joodsche lied, 2de boek

Jaar
1921

Druk
1921

Overig
1ed 1921

Pagina's
162



97.

JOODSCH HELDENLIED Ingang:

Hartelied, loof nu de helden, Wel gelukkiger dan wij,

Die stierven als de Wachters van de velden,

Van het Vaderland, zóó ver en zóó nabij,

In het Land nooit uit het hart verloren,

Zóó zeer beschreid, zóó mild bemind,

Met zijn druiven, met zijn bloemen, met zijn koren,

Met zijn openr wolken en zijn zoelen zonnewind,

Waar het Volk weer vrijheid vindt.

Jitzchak Achduthi

Een Knaap van zestien jaren, met de zetters In de Stad werkzaam op een drukkerij. Zijn handen haasten. Van de losse letters Snelt hem de zin voorbij.

Dan: éénen dag zet hij de telegrammen: ״De Wachter van Sedschera werd gedood, Door 't rijpe koren jagen zij de vlammen, Merchavja dreigt de nood."

Eén woede slaat de losse letters samen, Tot de vermaning van een machtig woord: ״Gij werkt gerust, terwijl daar 't roofrot moordt." Z!ijn wangen branden van hartstochtlijk schamen.

Hij heeft het rustig lot verloren, Hij .kiest getroost het trotsche lot: Wachter van het water, van het vee, van 't kostbaar

koren,

Dient hij zijn Volk, dient hij zijn God.

7

Het Joodsche Lied

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.