Het Joodsche lied, 2de boek

Titel
Het Joodsche lied, 2de boek

Jaar
1921

Druk
1921

Overig
1ed 1921

Pagina's
162



98.

Knaap van zestien jaren, Strijdt hij met gevaren; Waar de roovers waren Door den schouwen nacht Hoedt hij met de broederhelden, Waterwellen, vee en velden, Tegen wreede macht,

't Eerste zaad zwelt in de voren, De eerste garf wordt ingeoogst, Laadt hij niet met dan schat van zijn koren, Den eersten wagen het hoogst?

•

Hij heeft zijn rustig lot verloren

En koos een rijker nood:

Zijn wagen wankelt, onder 't geurig koren

Vindt hij den zoetsten Dood.

Waar de Zee ruischt langs de Heilige Kust, Sluimert hij op den Hermon alleen. De stille wandelaar leest op den Steen, Dat hier Aohduthi rust.

Jitzchak Turner

Hij liet zijn School voor 't werk op 't Land, Hij werd een Wachter en een Herder, Doodkoorts verteerde hem in zeeren brand: Klaag niet: God hoedt zijn kudden verder,

Jecheskiel Nissanow

Voerder van de Wachters, die bewaren Waterwellen, vee en graan, Zag hij zoovele gevaren Hart en oogen open aan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.