92.
Raadsel, dat Eeuwig uw Onthulling spreekt, Eeuwig Leven, bloeiend uit Eeuwgen Dood, Zal U geen.hart verstaan, vóórdat het breekt? Deert U de drift niet onzer eeuwge Nood?
De harten dorren als de blaadren dorren. Door de Eeuwigheid vaart des Tijds doode Wind. O, Leven, dat machteloos in uw morren Toch dag aan dag uwen doodsstrijd begint!
De Aarde valt, donkre droppel in een regen Van sterren in den afgrond van den Tijd. • Dwaas hart: wat meten al uw aardsche wegen Bij de maten van Gods wreede Eeuwigheid.
Troost mij niet met de Liefde van mijn God, Die zich voor mijn smeekende ziel verbergt. Wat baat belofte van een hemelsch lot Waar de aardsche wisseling mijn zinnen tergt.
Ik wil den lust met mijn speelsche genooten. Ik wil bloemen, de zon, kussen en wijn, Maar in elk leven ligt elk lot besloten, Eens zal de laatste lust genoten zijn.