88.
Over zooveel landen zag ik het dagen Van menig schoonen dag.
Van zooveel stormen houdt mijn Lied het klagen, Van zooveel zo!n den lach.
Boven de zeeën telde ik zooveel sterren, Mijn Droom vergeet niet één. Door zooveel steden, zonnebonte en verre Togen mijn tochten heen.
Nu keerend, tel ik van het zeegewemel De kleuren bont en fijn.
Ligt daar Holland, waar water en walar hemel Een schemer-streep maar zijn?
Daarachter Holland: weide, woud en steden, Een leven vroom van lust. Overmoedig heb ik dit lot vermeden. Ik dank U, God, geef mijn hart rust.
Eén oogenblik: mijn hart herdenkt zijn jaren Nu Hollands hemel breekt De Noordzee schuimt en over zijne baren Gods hemel Oostwaarts bleekt.