Het Joodsche lied, 2de boek

Titel
Het Joodsche lied, 2de boek

Jaar
1921

Druk
1921

Overig
1ed 1921

Pagina's
162



89.

DE VLUCHTELING

God: waar zal ik voor U vluchten Anders dan tot U alleen? Want Uw wraak, de diep-geduchte Drijft mij voor mij-zelven heen.

Ik was een Knaap, toen ik verliet Het huis van mijn Moeder in vrede. Die zocht en vond zijn vreugde niet Buiten haar liedren en gebeden.

Maar het hart liet zich bekoren Door een ongebonden lust. Hemelsch heil heb ik verloren En verloor mijn aardsche rust.

Ik heb de vreugd gedronken

Tot ik beefde voor mijn Vreugd,

In ban van duistren doem ben ik gezonken

Waar geen hoop en geen herinnring vleugt.

Voor de vreugden vlood ik heen Naar de donkre smarten. Wat bleef van al mijn tuchtloos tarten? Dof geween.

Mijn Moeders vrede heb ik blij verlaten, Uw Vrede heb ik nooit bereikt. Door de wilde straten

Drijven mijne voeten tot het hijgend hart bezwijkt.

Vreezend het luide leven, En vreezend voor den bleeken Dood, Mijn voeten breken voortgedreven Van nood tot nood.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.