84.
JOODSCH DANKLIED
Het las het Lied van mijn Verlatenheid De vrome Vader van een vroom Gezin, Zijn hart vertroostte mij met milde min,' En daarom heb ik hem dit lied gewijd.
Hij schreef: ,,Schrei niet om 't gemis van uw zonen, Uw hart verbloede niet in eenzaamheid, Want God zal uw lied met Zijn Liefde loonen, En ook u voeren tot Zijn Heerlijkheid.
Gelijk geschreven staat: ״Dat hij niet klage, De Machtelooze: ״ik ben een dorre boom", Want hij, die heiligt Mijn heilige Dagen, Die Mijn verbond viert met gewijden schroom.
Ik zal hem midden van de Mijnen geven Macht en Naam, meerder dan der Zonen pracht, En ieder Man voer ik tot eeuwig leven, Die Mijn Dagen dient en Mijn wetten acht."
Dank voor uw troost: gij hebt den troost niet noodig, Dien de Profeet tot de Machtloozen sprak. Dank: voor mijn hart is geen troost overbodig Vergeef: voor mijn leed valt al troost te zwak.
Gij viert te midden van uw vroom gezin De vreugde van eiken gewijden Tijd, Verlaten ween ik: machtloos valt mijn min, Ik heb de leer van mijn Moeder ontwijd.
Des morgens vroeg: door de ochtendstille straten Gaan Man en Makker tot hun kloeke taak, Waar zijn mijn zonen? Met mijn lot verlaten Werk ik (voor wien?) van af de morgenwaak.