76.
MIJN STRIJD
Sabbath: Uw Vader spreekt zijn zegebeden, Laat mij de gast van uwen Vrede zijn En bitter wetend wat ik heb geleden Proef ik God in zijn Brood en Zout en Wijn,
Eén oogenblik beleeft jaren en dagen, Mijn handen vreezen: ik heb veel ontwijd, De Tijd duizelt: met zijne kleine slagen Slaat de klok 't Raadsel van Gods Eeuwigheid.
Ver spant de Stad het spinsel van zijn straten, Gast van uw vree, waar zal ik nachtgast zijn? Die biddend hoort, waar schendt hij tucht en vrede?
Vraag niet: ik weet, verloren en verlaten, Doet mij dwalen en doet mij 't keeren pijn, Mijn bloed siddert: uw Vader spreekt zijn bede.