75.
GESTILD VERLANGEN
Wat ik verlang? Niet meer de wilde weelde, De woede, die naar donkre daden drijft, Slechts dat mijn ziel, die zooveel goed verspeelde, Na zooveel kwaad in vroomheid vreedzaam blijft.
Wat ik verlang? Ik heb zooveel gewonnen In overmoed, dat ik verloor in smart: Geve mij God, gezuiverd en bezonnen Een smeekende ziel en een zingend hart,
Mijn weekwerk eindigt: milde Sabbathvrede Voert mijn onrust tot een gerusten zin. Met genooten van mijn Volk treed ik in,
Waar bij 't stijgen van onze Sabbathbeden Een vrome knaap juicht met huivrende stem Als eens de Priesters van Jeruzalem.