Het Joodsche lied, 2de boek

Titel
Het Joodsche lied, 2de boek

Jaar
1921

Druk
1921

Overig
1ed 1921

Pagina's
162



74.

DE BEKEERLING ZINGT

Thans keer ik weer; mijn God heeft mij vergeven, En Zijn genade wreekt de wegen niet, Waarlangs ik zwierf bij spel en ijdel lied, Zijn liefde doet mijn stervend hart herleven.

En als gij vraagt׳, hoe weet gij Zijn genaden, Wie zeide u zeker, dat Hij u vergaf Al ijdel dwalen langs zingende paden Bevreesd voor aardsche noch hemelsche straf,

Dan antwoord ik: ״zoo zeker als mijn oogen Den hemel zien, zoo zeker als ik hoor Den zang der vogelen, een nieuw׳ geluid,

Zoo zeker kent mijn hart Zijn mededoogen, Ik weet wat ik won en wat ik verloor En huivrend juich ik mijn verrukking uit.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.