74.
DE BEKEERLING ZINGT
Thans keer ik weer; mijn God heeft mij vergeven, En Zijn genade wreekt de wegen niet, Waarlangs ik zwierf bij spel en ijdel lied, Zijn liefde doet mijn stervend hart herleven.
En als gij vraagt׳, hoe weet gij Zijn genaden, Wie zeide u zeker, dat Hij u vergaf Al ijdel dwalen langs zingende paden Bevreesd voor aardsche noch hemelsche straf,
Dan antwoord ik: ״zoo zeker als mijn oogen Den hemel zien, zoo zeker als ik hoor Den zang der vogelen, een nieuw׳ geluid,
Zoo zeker kent mijn hart Zijn mededoogen, Ik weet wat ik won en wat ik verloor En huivrend juich ik mijn verrukking uit.