73.
'T HERLEEFDE LIED
Het Lied laat zich niet door de drift verdringen, De Daden drijven, maar de Droom verwint. De Dag rust, en mijn hart hoort weer hoe 't zingen Onkeerbaar zijn eeuwigen tocht begint.
Nog hijgt de hemel van 't hartstochtlijk stormen, De wolken wijken wisselend vaneen, De sterren bouwen hun eeuwige vormen Door de eindeloosheid van Gods ruimten heen.
Slechts één Daad blijft van alle daden over, Het Lied, dat zich als sterrenbeelden bouwt Binnen Gods ruimte, naar Zijn Eeuwge wet,
O, Lied: weer grijpt ge mijn hart in uw toover, Mijn is het hart, dat nog hijgend vertrouwt, En weet: uw schoon wordt door geen drift ontzet.