Het Joodsche lied, 2de boek

Titel
Het Joodsche lied, 2de boek

Jaar
1921

Druk
1921

Overig
1ed 1921

Pagina's
162



144.

De schepen liepen, als tot u geroepen, Van alle werelden met volle vracht. En u gehoorzaam, trokken wijde troepen Weer ledig uit. Uw handel was uw macht.

Het water woelend. De zon over 't water. De breede streken van den Westenwind. De stad in schemer-schaduw, wanneer later De werkdag eindigt en de nacht begint.

Dan keerde ik onbekommerd met mijn makkers Waar 't schemerde den dijk af huiswaarts heen. Zaandam lag tusschen zijn weiden en akkers. Wat dachten zij? Ik dacht aan u alleen.

O, stad, al was ik niet van uw geboorte, Uw macht heeft mijn schoonste jaren beheerscht. Langs gracht en straten, binnen uwe poorten Genoot ik, wat geen Knaap vergeet, het eerst.

Toen mijn vader, des morgens in den zomer, Mij plotsling verrast op reis medenam. Klaar als een waker, verrukt a.ls een droomer Verliet ik met de boot den lagen Dam,

En 't water, dat ik vaak van ver gelegen, Laag in de zon en vol van scheepvaart zag, Streek onze boot vaneen in breede vegen, Sloeg zijne vin vaneen met snellen slag,

In zon en wind stond ik vóór op den steven. De stad kwam dichterbij, die kleurend gloeide, Hoe fel genoot ik van het volle leven, •» Dat aan de havenkaden open bloeide.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.