139.
Ik heb de vreugd der vrienden opgenomen In de strooming van mijn hartstochtlijk lied. 't Werd nieuwe vreugd voor hem, die zonder
schromen,
Waar de verrukking roept, verrukking ziet.
De lampen stralen. En stralen de woorden Minder fel in de hallen van mijn zang? 1
Gelijk de wijn in mijne kelken gloorde Gloort in mijn lied, wat ik dorstig verlang.
Maar wat mij het liefst heugende is gebleven? Rijpe dauwdruiven in hun glazen schalen. Kent gij 't woord, waarvan het zacht ademhalen Meer bindt dan van 't hartstochtlijk lied het leven? '׳
Soms is de adem van mijn litdren zóó teeder, Als de adem van een Moeder met haar kind. Een Knaap, die mijn lied leest, buigt het hoofd neder, En weet niet welken tocht zijn hart begint.
Zóó ben ik ook mijne tochten begonnen Een ochtend langs een zonbloeiende baan. Van vroomheid vrij, op vreugde fel-bezonnen Ben ik door Nachten en Dagen gegaan.
En wetend, dat niet één meer heeft genoten, Zag ik als geen, den waanzin van de vreugd, 't Werd wrang berouwd. Het werd bitter besloten. En ik verliet, wat toch steeds lokkend heugt.
Dagen en nachten heb ik doorgestreden. Mijn lied hijgt van mijnen verleden strijd. Een kramp valt over mijn geslagen leden Als ik dit leed weer gedenk of belijd.