Het Joodsche lied, 2de boek

Titel
Het Joodsche lied, 2de boek

Jaar
1921

Druk
1921

Overig
1ed 1921

Pagina's
162



114.

HET RIJKE WATER

Men zegt: als de Jobsbron over zijn randen De weelden van het wellend water stort, Dat dan de zomer voor al onze landen Met schatten van oogsten gezegend wordt.

Nog rijker, als de beek Mamilla stroomt Met de Sultansbeek naar het Hinnomdal. Dan brengt de zomer zegen overal Van hqning zoet en van melk zwaar geroomd.

O, dezen winter: zooveel donkre dagen Stond de regen strak tusschen aarde en lucht. En de wind sloeg met wild-woedende vlagen De zware wolken op verwarde vlucht.

Wij luisterden naar het vallend geklater Van 't water over 't dak en door de goot. Zóó rijk als de winter ons van zijn water, Zoo rijk geeft ons de zomer van zijn brood.

Gij weet niet, hoe de zomer hier kan branden, Maanden lang staat de strakke hitte neer. Geen late regen? De gebarsten landen Geven aan oogst niet eens hun zaaisel weer.

Wij klagen niet. Uit donkre dagen bloeien De rijke zomerdagen op hun hoogst. Als de bronnen des winters overvloeien Vloeit des zomers het land over van oogst.

Het winterwater welt. Het rijpe koren Vloeit rijk als water in herfstige schuur. Wij zien het land in één geluk verloren En onze vreugd gedenkt elk donker uur.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.