108.
Twee duizend jaren, Het is mij heden
Of het Romeinsche rot mij zelf verdreef. Of mijn hart zelf heeft doorleden, Heeft gebeden en gestreden Tegen eeuwen van gevaren
Tot dezen dag van vreugd ik zijn herleving mee beleef.
Herleeft het Volk, herleeft zijn Stad, Herleeft zijn zingend Lied, Wij hebben in den vreemde velen lief gehad, Maar thans houdt Holland ons en één land houdt
ons niet.
Wat wij herdenken, wat wij vergeten,
Wij willen veilig zijn,
In 't eigen land voor 't eigen huis gezeten,
In een eigen lied mijmeren van vreugd en pijn,
De roem van Hollands lied, Was van mijn hart de volste vreugd, Maar heden zoekt mijn hart den Ro(em van Holland
niet,
Mijn begeeren? 't Hebreeuwsche lied, dat ons Volk
weer verheugt.