Het Joodsche lied, 2de boek

Titel
Het Joodsche lied, 2de boek

Jaar
1921

Druk
1921

Overig
1ed 1921

Pagina's
162



107.

ROEPSTEM

Den Roem van het Hollandsche lied Neem ik mee naar het Joodsche Land. Mijn hart vergeet u niet,

Holland, mijn Holland aan het verre vaderlandsche

strand.

Het land van mijn jeugd, Het land van mijn manschap,

Van mijn peinzende droefheid, mijn juichende vreugd Van al mijn verwantschap.

Al uw schoon vind ik zeker weer: Wolken, water, zon en weide, In ons land, dat mild en teer, Zijn verdreven volk beidde.

En ik ga, gelijk wolken gaan Wanneer de zon hen trekt, Wie zal Gods roep weerstaan, Die Zijn Volk wekt?

En ik ga, gelijk de dagen gaan, Ik ga gelijk de nacht. Wie zal er leven en weerstaan Van zijn innigste leven de kracht?

Wat sterren bindt aan hun baan

De zon bindt aan zijn loop

Dat bindt den Dichter aan

Zijn Volk, Zijn Droom, zijn Daad en Hoop.

Mijn Volk, mijn Land, mijn Lied, Hoe kunnen zij gescheiden? Op de kentering van de Tijden Houdt Holland en één land ons niet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.