Het Joodsche lied, 2de boek

Titel
Het Joodsche lied, 2de boek

Jaar
1921

Druk
1921

Overig
1ed 1921

Pagina's
162



105.

En nu? Verloren strekken uwe straten En de wegen om u heen. Uw zonen hebben u in angst verlaten Elk volk bracht hen tot wreed geween.

Met uw blindgeslagen oogen Staart gij onbewogen In den nacht der eeuwen uit:

O, Moeder, eens zoo jong, zoo schoon, Gods blijde

Bruid.

En wakend in den donk'ren dag Heb ik om man en macht gesmeekt Die de ontucht van uw heerschers breekt En uw Zonen herstelt in hun gerecht gezag. Want ik was toen een vrome Knaap In mijn Moeders veiligheid. En mijn waken en mijn slaap Was uw liefde en heiligheid. Elk getij, bij vreugde en klacht Heb 'k U, Jeruzalem, Stad van mijn Land, in trouw

gedacht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.