Het Joodsche lied, 2de boek

Titel
Het Joodsche lied, 2de boek

Jaar
1921

Druk
1921

Overig
1ed 1921

Pagina's
162



104.

Hoe werd al mijn verlangen

Vervuld in uw gezangen,

Mijn Vader was mijn Meester en ik leerde

Van ons trotsch Volk het wislend lotgeval:

Hoe de kans goed lag, hoe de kansen keerden,

Hoe vijand dreef, tuchteloos zonder tal.

Het leven van de vrome Vaders, !

Van kloeke duiders, van verraders,

Van stedendwingers en van stedenstichters

De sterke helden van het Volk en zijn ontwrichters.

En zoo vaak, tusschen waak en slaap,

Lag ik droomend, een vrome Knaap.

Moeder, Stad van mijn Land, laagt gij niet wakker,

Eeuwen lang in één blinden nacht?

En ziet ge uw Volk niet zwak en zwakker

Tot ramp en rouw; gebracht?

Gij staart naar het Noorden

Rusland: waar men 't Volk vermoordde.

Gij staart naar het Westen

Waar vergaan de late resten

Van het Volk in wederstand

Tegen ieder land.

En door den nacht zag ik uw׳ blik

Starend, onbewogen.

Geen vreugd mëer en geen schrik

In uwe leeggeweende oogen.

Moeder: zijt gij niet jong geweest

En Gods gewijde Bruid?

Gingen niet voor landspel en feest '

Uw volken in en uit?

En werd niet in uw open poort

Het Heiligst Recht gehoord?

Waren niet uw wegen

Weidsch van rijken zegen?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.