Het Joodsche lied, 2de boek

Titel
Het Joodsche lied, 2de boek

Jaar
1921

Druk
1921

Overig
1ed 1921

Pagina's
162



103.

Den Nieuwjaarsdag, wanneer van ieder leven De raimpspoed of de voorspoed wordt beschreven, Dag der Verzoening, Zegel op elk Lot, Het bloeiend Feest der broze looverhutten, Die het Volk veilig in vroomheid beschutten, Zoo mild en teer, de Dagen der Inwijding Herdenkend hoe het Volk bij zijn bevrijding In de heilige hoven van zijn Tempel Nog slechts één oliekruik vond met een ongeschonden

stempel.

O, Dagen van mijn, vrome jeugd, Stad van mijn Land, bij leed en vreugd, Bij voorspoed en bij overmacht Getrouw gedacht.

Eer ik u dan Jeruzalem vergete Vergeet ik mijne lippen en mijn tong; Was ik niet naast mijne Moeder gezeten Wier stem naar mijn stem de gebeden zong. Ter tafel aan het milde maal Tot uwen lof in uwe taal. En met mijn Vader, eiken dag drie malen Stond ik naar u, in vroom gebed gekeerd En in de schoonste van al schoone talen Heeft mijn hart zich voor u biddend, verteerd. Mijn Vader was mijn Meester, en ik leerde Van hem onze Taal als een baren schat, Geen man, die machtiger het goud begeerde, Dan ik verlangen naar zijn Woorden had. Ieder woord heb ik geduldig veroverd. Getrouwe tuoht heeft mijne jeugd bezield, Hoe vaak door de gewijde Taal betooverd Heb ik geweend en snikkende geknield.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.