Het Joodsche lied, 2de boek

Titel
Het Joodsche lied, 2de boek

Jaar
1921

Druk
1921

Overig
1ed 1921

Pagina's
162



101.

JERUZALEM

Door de nacht hoor ik uw stem, Stad van mijn Land: Jeruzalem:

Toen ik nog een blijde Knaap was In mijn Moeders veiligheid, Toen mijn waken en mijn slaap was Hare liefde en heiligheid.

Op elk getij, bij vreugd en klacht Werd gij getrouw gedacht.

Want de tocht van het Joodsche Jaar

Is het herdenken van den Tocht

Dien ons Volk ging, duister en zwaar

Waar elk volk ons te fnuiken zocht

Met mild beleid of fel geweld,

Benard in de stad of verdreven door het veld.

Want al de volken zijn gestorven, Die met ons Volk jong zijn geweest, Geen heeft als wij den Roem verworven Die tijden tart en wreed geweld niet vreest,

Egypte een naam. En Tyrië

Verwoest en woest Assyrië.

Edom, Amalek, het stout Babel:

De wind van den Tijd blies'hen weg als droom en fabel

En wij herdenken, als de dagen stijgen

De lente van Holland! bloeit diep en klaar,

Hoe Egypte 'ons met haten en met hijgen

Dreef tot den bouw van steden, trotsch en zwaar.

Dreef tot het bakken van de tichelsteenen

Nimmer geteld, maar nimmer ook genoeg,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.