AAN SIDNEY.
Ik heb geslapen, maar mijn hart was wakker. En ik heb rusteloos van u gedroomd.
Wat zijn uw driften en uw daden, makker,
In ’t land, waardoor de Ganges stroomt?
HARTELIED.
Mijn hart is een gebroken Eeuwigheid.
Mijn lied valt zwaar, omdat ik lijd.
Ik ben langs zooveel wegen heengegaan,
Te veel genoten, te min weerstaan.
SIDNEY TOPHAM.
Toen wij gemoetten, waart gij dertien jaar. Zoo zal ik u nooit weerzien noch vergeten. Vanavond aan een machtig feest gezeten, Dacht ik aan u en 't Lot viel zwaar.
DE WIJN.
Ach, dwaze vrager, kijk niet in het diep Der eeuwen, maar kijk in een glas met wijn, Waar de lamp gloed en glorie wakker riep. Dan drink, het zal maar eens gedronken zijn.
HET JOODSCHE LIED.
Toen alles mij verliet, waart gij mij teder,
O, Lied, mijn Lied, des Harten eigen stem. Daarom verlaat ik alles, keer ik weder Tot uw dienst te Jeruzalem.
95