BAZAR IN DE NACHT.
Nu stilte onder de bogen,
Waar héél den dag het drijvend leven was. Maar licht en schaduw zijn doortogen Met geur van groente en gras.
AAN .....
Ons verre huis, ik zie het weder In breuk van kleuren, mild en teer.
O, klaag niet. Wat ons mocht gebeuren Genoten goed neemt niemand weer.
MICHAËL TOPHAM.
April .... een avond, gij zijt opgestegen.
Gij zijt geveld, een vlieger, in uw vlucht.
Uw Dag verjaart .... wijd spreidden mijne
[wegen.
Jeruzalem .... April .... weer avond en ik
[zucht.
HET LICHT.
De vrome kaarsen, sterren, zon en maan,
Die op tafel of aan den hemel staan.
Zij hebben allen maar één eenig Licht:
De schaduw van Gods Aangezicht.
EEUWIGHEID.
Het Eeuwig Tijdelijke, o, God, het kwelt mij, Vandat de Dag zijne tochten begint.
En als ik slaap, en droom, hoe vaak ontstelt mij Het Eeuwig waaien van den wind.
9i