„ROSE-CASTLE”.
Nooit zal hij weten, dat ik eens de Dichter Van zijn schip „Rose-Castle” ben geweest.
Door tochten duister en door tochten lichter Gaan wij naar 't eind, dat ieder vreest.
ZEEREIS.
Napels: 't Eeuwig Lot heeft ons saamgebracht. Port-Saïed: het Lot heeft ons weer gescheiden. Jeruzalem: maanblauw verbloeit de Nacht: Langs verre sterren zie ik uw schip glijden.
DE HEILIGE STAD.
Jeruzalem: Gods Huis. Al Heiligheid Spreken huizen en de gebroken muren.
Ik ga gelukkig in Gods veiligheid Door zijn hooge en lichte uren.
ANGST.
Schaduw en lantarenlicht zijn doorgeurd.
De huizen geuren van de kleine straat.
Ik huiver, wijl er toch niet meer gebeurt Dan dat de Eeuwigheid door het Specerijen-
[straatje gaat.
TROOST.
Neen: niet verlaten,
En niet verloren
Zoolang ik nog de rijmen en de maten Van het hartelied mag hooren.
90