Kwatrijnen

Titel
Kwatrijnen

Jaar
1924

Druk
1994

Overig
poezie

Pagina's
192



STORM.

Ik denk aan hen, die met mij kindren waren, Terwijl de storm langs Jeruzalem gaat.

Als wind verwaaien al onze ij die jaren, Machtloos in liefde en machteloos in haat.

HEETE DAG.

Laat maar de zon het schreiend land ver-

[schroeien,

Schaatrend dwazen over den spleten grond.

De avond is koel. De klare sterren bloeien Over de wijdten van het hemelrond.

EEN STER.

Ik kus die ster.

En de ster kust u.

Wel ben ik ver,

Maar wij zijn samen nu.

MAANNACHT.

De Maan staat in zijn droom verzonken. Tusschen de bergen straalt het landschap stil. Laat mijne ziel van zomer volgedronken Die stralen rust, zonder één weet of wil.

KNAPEN BIJ DE BRON.

De grond breekt open: het gedreven water Dringt hijgend naar het licht en naar de zon. Mijn hart: zij verspelen met blij geschater,

Die jong en ledig zijn, hun leven bij de bron.


88

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.