AVOND (TRANSJORDANIË).
Terwijl wij door het groot e landschap rijden,
Er zijn de kudden, die naar huis toe gaan.
Er zijn de kudden, die den nacht verbeiden,
In ’t dal, waar de watervallen hun hartslag
[slaan.
ALS DE BIJBEL.
Hier begrijpt men alles, wat vroeger in de Bijbel
[is gelezen.
Hoe heerlijk een moede man zijne voeten wascht. En men begrijpt, dat Omar Khayyam de water-
[kruik heeft geprezen Waarin het altijd koele water ons verrast.
DROEFHEID.
Wijn drinken tot het hart verdronken is.
En slapen tot de droeve nuchterheid.
En als de laatste wijn geschonken is,
Het Lied, dat bitter schreit.
KWATRIJNEN.
Ook Grieksche dichters schreven in Kwatrijnen. Men vindt ze vaak woordlijk bij Omar weer. Want overal zijn één der menschen pijnen.
Hun vreugde en hunne liefde, mild en teer.
WIJSHEID.
De vreugde van het Lied is in het dichten.
De vreugd van ’t Oogenblik is ’t oogenblik. Wat in den Tijd leeft, ziet de Eeuwigheid
[zwichten.
Denk dan aan Leven en Dood zonder schrik.
173