KINDEREN.
Doodlijke verveling van kinderoogen.
Vaalheid van onvervulde kinderhanden:
Laat mij mijn hartstocht zonder mededoogen, Waarvan lippen, oogen en handen branden.
ROZEN-RAVIJN.
Het diepe rozen-ravijn van Es-Salt,
Waar het water donker-verborgen valt.
O, Lied, dat naar uw wet, door God gesteld, Als rozen bloeit, als donker water welt.
WANHOPIGE NACHT.
Gonzen van een mug door den slapeloozen Wanhoop, die machtloos woedt. [Nacht.
Wat heeft het Leven mij gebracht?
Rozen, doornen en bloed.
VERMANING.
Wijn, muziek en rozen,
Denk niet aan straf en pijn.
Tot aan het ochtendblozen Laat ons te samen zijn.
VRIJHEID.
Niet meer droef en niet meer blij zijn.
Van alles als een vogel vrij zijn.
Het werk des Daags, de wijn des Nachts En de Dood nimmer onverwachts.
166