GELUKKIG LAND.
De zandweg van Medjdel naar Askalon.
De tuinen vol goudappels en citroenen Zomer of winter: in alle seizoenen Is dit land gelukkig rondom de bron.
DJORAH.
Hier wordt visch, zóó goed als zilver, gevangen. En op ezeltjes naar de Stad gebracht.
De wind waait zoel langs onze wangen.
De paarden stappen langs den zandweg zacht.
VERLOREN STAD.
Van Djorah weer door een oase.
Tot aan 't verloren Askalon.
Waar kleine kudden spreidend grazen En 't water drinken uit de bron.
HET HEILIG LAND.
Rondom de bronnen bloeit het Leven.
En waar geen water welt, daar is de Dood. Eenmaal zijn we uit ons Land verdreven.
Keert zich tot vreugd de nood?
KLEIN LEVEN.
Wat blijft er over van de wereld?
Een knaap, die water breekt, uit hunne wel. Het water, dat in zijn kruik perelt,
En van den wind het wufte spel.
165