Kwatrijnen

Titel
Kwatrijnen

Jaar
1924

Druk
1994

Overig
poezie

Pagina's
192



DE GIDSEN.

Jozef en Benjamin: twee stoute rakkers,

Rijden met ons op mooie paarden mee,

Door de Bazar en langs de pottenbakkers,

Door gerstvelden naar de zonnige zee.

WEEMOED.

Er is de zachte, zoele, wind.

Er is de weemoed, die ons nooit verlaat.

Wat baat de dag, die vroeg begint.

En 's avonds met den wind vergaat?

GAZA.

Zoo zal ons dit van Gaza blijven:

Het huisje, waar men zeven vlecht,

Waar pottenbakkers hun wiel drijven.

En de twee jongens lief en slecht.

BLIJHEID.

Hun vader is een boer geweest In Rusland en het lot heeft hen verdreven.

Zij hielden toen ook paarden. Welk een feest, Dat wij hun vrijheid over onze paarden geven.

AFSCHEID.

Wij rijden hier. Zij wuiven ginder De twee knapen, Jozef en Benjamin.

Heeft men een stad niet dikwijls lief voor minder Dan voor twee jongens stout van zin?

164

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.