ONMACHT.
Waarom de vogels in den morgen zingen? Waarom mijn hart bij lied en lente treurt?
Geen macht kan Dood en Leven dwingen.
Eén lente .... een lied .... het is gebeurd.
FOUAD SPREEKT.
Er zijn dieven, die groote woorden spreken.
En de paarden vervoeren uit hun stal.
Zij kunnen met hun woorden deuren breken. Heer: ik vrees. De dieven zijn overal.
VELEN EEN.
De Tempelmuur: zij gaan en komen:
De Jemenieten met hun fijn gelaat, Ashkenaziem, Sephardiem, bont gewaad,
Uit ieder land, van ’t ééne Volk, de vromen.
EENHEID.
Dit is des Volks Eenheid nimmer gebroken Bij kampende kans en bij keerend lot:
Het woord, dat driemaal daaglijks wordt ge-„Israël: God, onze God is één God.” [sproken:
R. CHAIM SONNEFELD.
Hij, die bij zijn gebeden en zijn brood,
In een kleine kamer zijn dagen slijt,
Wat deert hem heel uw wereld en uw nood, God deelt hem van Zijn Heerlijkheid.
Kwatrijnen. 11
161