ANGST.
Londen, Stad, van uw donkre stem Droom ik hier te Jeruzalem.
Eén schrijn, die 't hart rusteloos pijnt:
Angst voor het eind.
KLAAGMUUR.
Niet meer dan stuivend stof zijn deze steenen, Op den ijzigen wind vaart van den Tijd.
Wat baat het of harten hier weenen? Ijdelheid. Ijdelheid.
VERGEEFS.
Ik denk aan liefde en zangen.
Aan jeugd en heerlijkheid Vergeefsch is al verlangen.
Daar vaart de Tijd.
WANHOOP.
Zeg niet: „mijn leven is mislukt”
Neen: het Leven is eene mislukking van God, De hand, die heden bloemen plukt,
Krampt morgen in zijn laatste lot.
LAAT MIJ.
Want alles kan men overwinnen,
Maar niet zichzelven en den Dood.
Laat mij de weelde van mijn zieke zinnen En al mijn nood.
160