HET EINDE.
Laat de vogel snel zijn.
Laat de liefde fel zijn.
Het valt alles den Dood ten buit.
Eén dag: lied en liefde zijn uit.
MACHTLOOS.
De macht, die den Tijd drijft, kan hem niet
[keeren.
En wat kan dan de macht van eenen Man? Laat ieder oogenblik u leer en,
Dat geen oogenblik duren kan.
GENIET UW UUR.
Is de Tijd blind? Wees gij dan ziende.
En let, dat ge uw lot wel geniet.
Deel zonder vrees met uwe vrienden Den wijn en ’t lied.
ZIEKENHUIS.
Een kamer zonder uitkomst op de straten,
Niet anders dan een bare binnenmuur.
Ik ben bereid. Van mijn leven verlaten Sterft ieder uur één uur.
EEN LOT.
Ik heb onder mijn wilde drift geleden,
Tot ik het wist: ook de zonde is van God.
Mijn wellust en mijn wankele gebeden:
Het is één lot.
159