GENOT.
Die zijn tros druiven liefkoost in zijn handen, Die zijne vruchten één achter één plukt,
En berstend stukbreekt tegen zijne tanden,; Kan die zeggen, dat hem het leven is mislukt?
ONRUST.
Als ik een vogel was, kon ik vliegen al naar mijn
[lust.
Vloog ik naar het water in de Wadi van Kilt. Of ergens anders? Ik denk iets anders. Onrust, Die Dood slechts stilt.
VOORBESCHIKKING.
God zegt: „Ik zal, dien ik verblijd, verblijden” Is er dan geene zonde en geene deugd?
Dan kan ik ook wel met Omar en Fachmie De wegen van verboden Vreugd. [rijden.
LATE HERFST.
Een bonte markt vol sinaasappels en citroenen. Granaten en de druiven zijn gedaan.
Zoo gaan de dagen weg en de seizoenen.
Ik zie het machtloos aan.
ALLES EEN.
God, die de Meester is van Zijn Geboden,
Is ook de Meester der verboden Lust.
Vandaag deel ik den wijn met mijn genooden. Morgen vier ik de vrome Sabbathrust.
156