ZATHEID.
Toen elke zonde tot het eind vervuld was,
Toen er geen teer geheim te schennen bleef, Toen elke schaamte schaamteloos onthuld was, Dacht ik: „Is dit alles, wat ik beleef/’
DROEFHEID.
Het is de moeite niet waard te weerstaan.
En 't genieten is niet de moeite waard.
Nog weinig jaren en wij zullen gaan Naar ’t donker dal met onze vloek bezwaard.
KATAMON.
De rozen bloeien weer in het ravijn Van Katamon door zonnegloed verteerd.
Eens laten wij de rozen, waar zij zijn
Voor het donker land, waarvan niemand keert.
ANGST.
Angst voor het Leven.
Angst voor den Dood.
Wild voortgedreven,
Langs lust en nood.
NEDERVAL.
De vogel vliegt, de vogel rust.
Ik keer van mijn hooge gebeden Met onrust brandend in mijn leden Naar wijn en lust.
155