Kwatrijnen

Titel
Kwatrijnen

Jaar
1924

Druk
1994

Overig
poezie

Pagina's
192



ZWOEGENDE MENSCHHEID.

Wat zult ge in donkre mijnen graven,

Naar weinig waard: zilver en goud.

Terwijl de zon zijn onbesomde gaven

Van goud en van zilver voor u geopend houdt.

DAG EN DAG.

Gij kunt toch niet uw dag tot den andren bewaren. Geniet dus uw dag zoo lang het uw dag nog is. Eens vallen over u de donkre jaren,

Zwaar van gemis.

STILLE WANDELING.

Wat de stille wandlaar in het zeelied hoort, Weet de wreede genieter niet.

Hij gaat door wind en water zacht bekoord,

En luistert naar zijn eigen lied.

RUST.

Een kleine boot ligt aan de ree.

Wie kent al zijne tochten?

Mijn dagen rusten aan de zee Van alles wat zij rustloos zochten.

EEN OOGENBLIK.

Langs eeuwige tochten is het gekomen,

Dit eenige oogenblik

Het valt weder uiteen in eeuwge stroomen:

De zee, de wind, de zon, de stad en ik.

145

Kwatrijnen. 10

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.