TIJD EN EEUWIGHEID.
De Tijd kan de Eeuwigheid niet overwinnen. Maar kan de Eeuwigheid één Oogenblik over-Laat dan gerust uw Ziel en uwe Zinnen [slaan? Op de stroom van de Vreugde vergaan.
SUBHI.
Subhi: dat is: „Geboren in den Morgen”
Dat héél zijn Dag één morgen moge wezen.
Als rozen en als vogels zonder zorgen.
Maar mijn hart wankelt in waanzinnig vreezen.
RUST EN ONRUST.
Jeruzalem: Gods heemlen hoog geheven,
Boven de dalen van de Heiige Stad.
Hoe zoude ik deze zaalge rust beleven Wanneer ik niet al mijn schoone onrust had.
R. CHAIM SONNEFELD.
Hij was een Knaap. Is hij nimmer bezweken? Hij werd een Man. Heeft hij altijd weerstaan? Straks dwaal ik met Adil weer door de streken, Van licht en schaduw in de volle Maan.
EEN SYRISCHE DANSER.
Danst gij maar vrij. Mijn Lied zal voor u dansen. Al is uw maat ook schooner dan mijn maat.
En ik bedenk, langs hoeveel rijke kansen En hoeveel kwade keer mijn leven gaat.
*37