ONTSPANNING,
Een wereld van al zinnelijke schoonheid,
Drong ik terug voor een vrome volkskracht. Jeruzalem: niets dan koopmans-gewoonheid.
En nu herneemt de zinlijkheid zijn macht.
IEDER HET ZIJNE.
Wat kan de bron meer dan rijk vloeien?
Wat kan de vijgenboom meer doen dan bloeien? Vraag dan geen vroomheid van een rustloos hart. Geen vroolijk lied van een, die krimpt in smart.
DE TUIN.
Vijgen, ravijnrozen, Adil, mijn paard.
Hoe zalig bloeit de tuin van Katamon.
Geniet uw dag, zoolang de zomerzon Met zijn vreugde uw hart bezwaart.
ADIL EFFENDI.
Wat ik zie, als ik u zie?
Alles, maar u niet.
Ik hoor de verre melodie.
Van het hartbrekende Lied.
VEILIGHEID.
„God verliet mij” dacht ik. En door de straten Der vreugden dreef ik in geslagen ban.
Nu weet ik, dat ik God nooit kan verlaten En dat Hij mij ook nooit verlaten kan.
136