DE MUUR.
Want ook voor deze Steen en is geschreven:
„Uit stof zijt ge en in stof zult gij vergaan.” Geen oogenblik duurt heel ons leven.
Wat baat het dan of wij weerstaan?
VIJGENTUIN IN ANATOTH.
Wij plukken vijgen van de volle boom en,
Als bloemen geurig in hun groene schil . Vanwaar is ons dit groot geluk gekomen?
Wat meent de Eeuwigheid weer met deze nieuwe
[gril?
BRON VAN AIN FARA.
Geen water dan de dalbron ver en diep, f Wij dalen langs de donkre delling neder.
Wij kussen 't water wakker, dat hier sliep.
En ’t water kust de lippen weder.
EEN OOGENBLIK.
Hij boog dorstig-drinkend over de beek.
En kuste zijn eigenen mond zóó teder.
Terwijl ik één Oogenblik naar hem keek Viel mijn bloed neder.
BEDONIENEN.
De schoone Knapen van de Zwarte Tenten:
In den winter wonen zij te Anatoth.
Maar met het schralen branden van de Lente Zoeken zij verder een genoegzaam lot.
135