NUTTELOOS.
Het genadelooze van de Eeuwigheid En van ’t Oogenblik proef ik in den wijn.
Of ik de lust verzoek, of de lust mijd,
Eens zal de laatste toch genoten zijn.
DE VAL.
Tusschen de Eeuwigheid en het Oogenblik ge-Hoe redt de Ziel zich uit zijn Val? [vangen, 't Leven martelt ons met koortsende tangen De Dood wacht in het donker dal.
DE DUIVENTROS.
't Wreede van oogenblik en eeuwigheid,
Proef ik in de druiven van onze tros.
Adil: hij breekt lachend de zijne los,
En proeft niet anders dan hun heerlijkheid.
VERLEIDING.
Eén druiventros samen gekocht.
De donkre tros samen gedeeld.
Gods geluk, dat ik eerlijk zocht,
Is in dit oogenblik verspeeld.
KAMERADEN.
Hassan is mager, Sari dik,
Die samen naar hun schooltje gaan.
Achter het bloeiend raam zit ik,
Maar hun geheimen kan ik niet verstaan.
133