TOEVAL EN WONDER.
Wat is 't verschil tusschen Toeval en Wonder? Ik kwam de Poort uit met mijn lot bezwaard. De Sabbath eindigt en de zon gaat onder.
Daar draaft Fachmie voorbij trotsch op zijn
[paard.
WANHOOP.
Waar is het lieve, waar is het lichte,
Dat nooit verdriet en nooit verlaat?
Goed: wij gaan weder een gebed verrichten, Maar ik haat God met een volkomen haat.
NACHT.
Vroom en stil en zwaar,
Wat heb ik verwacht?
De laatste dag van ’t Oude Jaar.
Ik beef voor de Nacht.
SCHAARE-ZEDEK.
Dag des Gerechts: hier in der zieken Huis,
Dat de Poorten der Gerechtigheid heet.
De Bazuin breekt zijn almachtig gedruisch, Weet God meer dan een stervende weet?
ARABISCHE RUITERS.
Zij weten niets van wroeging en gebeden.
Zij weten niets van Gods groote Bazuin.
Maar op hun paarden komen zij gereden.
Land en leven liggen voor hen open gelijk een tuin.
125