NIEUWJAAR IN HET ZIEKENHUIS.
Voor de zieken wordt de Bazuin geblazen.
Wie hoort Gods klanken voor de laatste keer? En ik besef met verwilderd verbazen Hoe wreed God is en ook hoe teer.
GOED EN KWAAD.
Kan niemand de dienaar zijn van twee Heeren? Ik bedien God en Satan beiden.
Met ééne lust en één verblijden,
En voel mijn hart in beider éénen gloed verderen.
MACHTLOOS GEBED.
Ik zoek mijn hulp bij ieder heilig woord.
Maar de woorden zijn voor mijn smeken doof. Mijn hart verdwaalt door heugenis bekoord. Bittir .... water .... de zon .... de wind in
[’t loof
DWALING.
Wie denkt aan Djemal onder de gebeden,
En verlangt hartstochtelijk naar zijn paard,
Hij is gelukkig, al heeft hij geleden,
En vreest niet, wat het Leven nog bewaart.
LAATSTE EER.
Wij gaan mede drie schreden achter ’t lijk. Lente .... een Knaap. De Dood grijpt knapen
[en grijzen.
Eens zal men ons zoo de laatste eer bewijzen. Drie vrome schreden voor arm en voor rijk.
124