RIJKDOM.
Want meer bemint mijn mond nu de granaten, Sinds wij te samen aten één granaat.
En meer de donkre koffie, sinds wij zaten Samen waar de Maan langs Katamon gaat.
GAZA.
Hemel, wind en zwaluwen.
Wolken en hun schaduwen.
't Land, dat met zijn open pracht Zooveel vrije zonen wacht.
VERVAL.
Dit is wat ik niet meer kan overwinnen:
Zijn overmoed en mijnen ouderdom.
Met een gretige ziel en zieke zinnen,
Drijf ik mijn uren om.
VERRAAD.
Hoe wiekt de vogel,
Hoe wiekt het lied.
Totdat de kogel In het hart schiet.
GOD EN HEILIG LAND.
Hoor Israël: uw God is Eeuwig en is Eenig.
En als uw God is Eeuwig en Eenig uw Land, Al breken de bergen van Juda steenig,
En eenzaam strekt uw strand.
123