GOEDE RAAD.
Niets is toevallig en ook dat niet.
Leven is meer dan Oorzaak, Ruimte en Tijd. Mijn goede raad? Veracht Gods aardsche schat En niet hemelsche heerlijkheid. [niet.
OCHTENDRIT.
Ik heb u lief, gelijk het vuur het hout.
Ik heb u lief, gelijk de zee den wind.
De hemel breekt in geluw geel en goud,
Terwijl onze tocht door den dag begint.
LANDLIEDEN.
Het akkerwerk spant hunne sterke spieren.
Zij drijven ijverend hun kloeke ploeg.
Het land, hun huis, hun werk, hun sterke dieren: Geeft het Leven hun niet genoeg?
L. E. J. BROUWER.
Want: „Wiskunde, werkelijkheid en waarheid” En „Het Joodsche Lied”: het is alles één.
Ik lees in de klare zon uwe klaarheid,
En mijn gedachten waren naar uw landhuis
[heen.
DE HAVEN.
Van alle bouw de booten,
Die zeilen aan de Jaffa-ree.
Stout en schoon de genooten Die werk vieren bij wind en zee.
121