DE BRON EN DE BEEK.
Dit is de streek van Gods goddelijk water Het breekt. Het borrelt. Weer bijeen. Vaneen. Hier ruischt het stil en daar met stout geschater. Stroomt het langs stroomen bonte bloemen
[heen.
HET LICHTE LEVEN.
Adil. De paarden langs de bloemenwegen Gaan als de maat van een vreedzaam gedicht. Mijn hart is als rijpe bloemen vol zegen En 't leven valt ons beiden vandaag licht.
VREDE.
Adil Effendi komt naast mij gereden.
Wij zien op. Wat zien we? Elkanders glimlach. Hij zegt: „Allah geve als oogst van zijn vrede Aan elk, dien gij gedenkt, op dezen dag.”
TERUGRIT.
Een herder. Wij zien hem niet. Maar verloren Als vogel in 't wijde verliest zijn stem.
Terwijl wij rijden tusschen hout en koren De middagwegen naar Jeruzalem.
DONKERE OOGEN.
Uw oogen zonder de zon zijn uw oogen.
Maar wat is zonder uw oogen de zon?”
Wij rijden door de woudlaan windbewogen Waar het diepe water breekt uit de bron.
120