GODS GELEIDING.
Die van de wegen aller zonden blijde Weer naar de wegen van de vroomheid gaat, Die weet, dat God hem meest van al geleidde Langs de wegen van het bekorend kwaad.
ARABISCH PAARD.
Was ik gekomen langs al wegen wijde,
Verliet ik meer dan ik in Holland liet Om éénen dag dit trotsche paard te rijden Ik klaagde niet.
ADIL RIJDT UIT.
Denkt gij, dat des Dichters liederen treden Trotscher met hunne rijmen en hun maat, Dan dit Arabische paard, stout van leden Met zijn ruiter door 't zontij gaat.
VRIENDSCHAP.
Gedenk ons milde bloeien zonder schaamte. Schaamt zich de naakte roos in Katmons dal? Zweer mij, dat nog in uw graf uw geraamte Ons genot sidderend gedenken zal.
VERLEIDING.
'k Zal aan God en aan Jeruzalem denken.
Mijn hart zal hijgen van hunkrende pijn.
En toch zal ik u weer van den wijn schenken. En met u verloren toch zalig zijn.
115