STRIJD.
Die heilig van onheilig scheidt,
En gescheiden weer in mijn hart vereenigt, Voert mij door eenen wreeden strijd,
Waarin geen rust mij lenigt.
GODS EENHEID.
Denkt gij dan dat langs den weg van de zonden Gods genade niet met u gaat?
Buiten Zijn Wil wordt niets gevonden.
Goed noch kwaad.
TROOST.
Nu weet ik, dat de wegen der Verleiding, Wegen zijn door de Hand van God verspreid. Hij voert ons door wijding en door ontwijding Tot de vertroosting van Zijn Heiligheid.
ZIEL EN ZINNEN.
De vreugd der ziel en de vreugd van de zinnen: Het is in Gods Eenheid toch alles één. Aanvaard uw haat, aanvaard uw fel beminnen. Er is eenheid in wat gescheiden scheen.
INZICHT.
Draag uw vreugde en draag uw wroeging niet Verleider enVertrooster zijn van God. [zwaarder. Hij is in al verkwisting de Bewaarder Van uw onaantastbaar Lot.
108