Kwatrijnen

Titel
Kwatrijnen

Jaar
1924

Druk
1994

Overig
poezie

Pagina's
192



VLOED.

Sporen van snelle voeten over ’t strand.

De lange dagweg van een visschersknaap.

De vloed zwelt aan, zijn schuimgebroken rand Neemt de kust van kaap tot kaap.

DE VERLEIDER.

Door welke diepe dalen trok ik heen,

Wier duistre bloei mijn oog hunkerend zag, Voor ik hier te Jeruzalem alleen Genade vond in zijne milde lach.

ANTWOORD.

Hij schreef: „Oovral is één Volk en één God. Keer weder tot uw Stad en tot uw Landschap” Hoe kan ik keeren? Hier is mijn verwantschap. Eenheid? Ja. Maar in elk verscheiden Lot.

ONRUST.

Eeuwigheid: wat is Jaffa? Wat is Napels?

Wat is de eene, wat is de andere Kust?

De zee. De zon. De huizen hoog in stapels.

En overal mijn hart ontrust.

VERLEIDING.

Drie sterren stralen: het wordt duister Boven de Stad Jeruzalem.

Avondgebed. In 't windgefluister Hoor ik toch uwe stem.

107

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.