Kwatrijnen

Titel
Kwatrijnen

Jaar
1924

Druk
1994

Overig
poezie

Pagina's
192



DE REGEN.

Hoe ruischt de regen over de zee blijde.

En hangt zijn schoonheid wonderteer en wijd. Verheugd, dat hij door wisselende tijden,

Weer keert tot de zee en zijn eeuwigheid.

AVOND.

Ik heb mijn dag in haat en hoop gesleten.

Hij versleet zijn dag met wind, zon en zee.

Zie de avond daalt. Wat zal de Eeuwigheid Van het verschil tusschen ons twee? [weten

JEUGDLIED.

Geef mij nog eens het lied der eerste jaren.

Mijn jongenslied, mijn zwak, maar zuiver lied. Niet wreed, niet wroegend, niet vol van ge-Maar zalig-zingend, anders niet.    [varen.

BONT LEVEN.

Wat heb ik hier mijn zinnen vol genoten.

De zee brandt brekend en de helle zon Slaat wierook uit de boomen en de loten. Achter het duin een diepe, koele, bron.

TERUGKEER.

De zee, zon en wind ieder uur,

Hebben mijne zinnen verzadigd.

Nu weer, door 't lot niet begenadigd

Keer ik naar Jeruzalem, naar den Tempelmuur.

105

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.