Kwatrijnen

Titel
Kwatrijnen

Jaar
1924

Druk
1994

Overig
poezie

Pagina's
192



EINDE.

Genoeg, dat ik een Dichter was.

Laat nu mijn jongren dichters zijn.

Ik luister gaarne. Mijne jeugd ging ras En ieder lied eindigt in pijn.

NIEUWE LIEDEREN.

O, dacht ik, dat het Lied mij had verlaten,

God schenkt den Dichter macht op zijnen Tijd. De rijke rijmen en de losse maten Brengen mij dezen Nacht weer heerlijkheid.

DE WIJN.

Wie kent den wijn?

Wie kent het bloed?

Laat mij maar zijn

Eenzaam, dien wijn het hart verzoet.

BEDOUIENEN.

Daar staan zij naakt in hunne bruine broosheid. Van het hoofd tot de voeten rank gebouwd.

Zij weten niet van schaamte en schaamteloos-Terwijl mijn Lied hen valsch beschouwt, [heid,

AVOND AAN ZEE.

De zee van Jaffa breekt zijn breede reven.

De zon in ’t Westen daalt zijn laatste tocht. Weer voel ik de macht van mijn Lied herleven. God heeft mij blij bezocht.

103

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.